woensdag 12 januari 2011

Symbool politiek

Gisteren kwam onze minister van Veiligheid en Justitie met een stukje symbool politiek. Vandaag was het de beurt aan zijn staatssecretaris.
Dit hondje vermoed dat ze daar een speciaal werkgroepje voor hebben op dat ministerie.
Idiote ideeën eruit blaffen en dan als proefballonnetje op laten stijgen.
Hoe zou dat nou gegaan zijn?

Had de minister of 1 van zijn ambtenaren, kennelijk onder het genot van een joint iets over wietplantages bedacht? Nu is het toch algemeen bekend dat het creatief vermogen door het roken van geestverruimende middelen toeneemt maar helaas niet het logisch en afgewogen nadenken.


Tijdens het eerste trekje, hetwelk iets te diep geïnhaleerd werd, barstte de minister in een diep brommend gehoest uit.
Verdomd, dit is lekker spul wist hij nog net uit te brengen, het zou verboden moeten worden, moppelde hij bijna onverstaanbaar, terwijl hij een autodropje nam.

De staatssecretaris die in een vorig leven nog officier van Justitie was geweest en het opsporen dus in het bloed zat was op de onmiskenbare lucht van kwaliteitswiet, die zich door de lange gang van de laagbouw van het ministerie verspreidde, afgekomen.
Bij de deur van de minister aangekomen werd de lucht almaar sterker.
Hij deed de deur open en stak zijn hoofd om de hoek.
Daar zat de minister in lotushouding, beentjes gekruist, als een soort Boeddha op de grond. Hij had zijn jasje erbij uitgedaan.
De minister keek op.
"Verdomd lekker spul Staats, ik denk dat we het maar moeten verbieden. Geef het volk brood en spelen, maar vooral geen wiet, daar ga je veel te helder van denken, of niet soms?"
De kamer, hoewel niet van geringe omvang stond al aardig blauw.
De staatssecretaris begon al redelijk onder invloed te geraken.
"Waar kan je dit spul eigenlijk kopen" Zo vroeg de minister.
"Ik weet nog wel wat plaatsjes in Brabant en Limburg." antwoordde de staatssecretaris.
"Oh Wilderscountry, kunnen we die mensen niet eens lekker dwarszitten. Dat zijn toch maar allemaal criminelen en brievenbuspissers." Hij moest hartelijk om zijn eigen grap lachen.
De staatsecretaris, toch wel onder de indruk van de imposante verschijning van de minister zo zittend op de grond, dacht eens diep na, tenminste zo diep als zijn geestelijke gesteldheid onder invloed van de wietdampen nog toeliet.
"Opsporing en vervolging kost geld zo weet ik nog uit een vorige leven." Antwoordde hij tenslotte.
"Kunnen we er dan niet iets mee verdienen zo baste de minister." terwijl een diepe rochel uit zijn imposante borstkas naar boven steeg en via zijn mond naar buiten kwam.
"Maar dat is verboden!" riep de staatssecretaris geschrokken.
De minister barstte in een diep brommend gelach uit, de ruiten trilde in de sponningen.
"Nee gekkie, dat bedoel ik toch niet, we gaan het niet verkopen, we gaan het verbieden, had ik dat niet al gezegd."
"En elk huis waar we een plantage aantreffen gaan we verbeurt verklaren, afpakken, onteigenen, graaien een goed liberaal principe."
"Vooral al die koophuizen."
"Zo zijn wij liberalen toch altijd rijk geworden."
Een enorme lachbui vulde de kamer, die langzaam ontaarde in een zodanige hoestbui dat de staatssecretaris dacht dat hij er in zou blijven.
"Lumineus, lumineus" riep de minister. "Tom Poes verzin een list, wat is mijn denkraam toch groots" bracht hij er met grote moeite tussen twee hoestbuien uit.
"Dat mag ik toch doen, ik ben immers ook van wonen en wijken"
De staatssecretaris bracht nog naar voren dat er misschien weinig mensen zo stom waren een wietplantage in hun eigen koophuis te beginnen en dat het wettelijk kader ontbrak en over de eerste kamer die de kwaliteit van wetgeving toetste. Dat de meeste wiet, zo dacht hij, waarschijnlijk door criminele rand-Marokkanen geleverd werd. Maar het was alweer te laat. De minister was al in hogere sferen.
Alsof dit typische Hollandse kwaliteitsproduktje door een criminele rand-Marokkaan gemaakt kon worden. Het moest toch niet gekker worden, nee dit was originele Hollandse topkwaliteit. Nog snel een paar laten leveren voor hij het ging verbieden.

De staatssecretaris die slechts meegerookt had zag dat de minister in een goede bui verkeerde.
"Met uw permissie, minister." Zo begon hij, "ik heb ook nog een leuk ideetje."
"ik was laatst in Engeland en daar zijn de cellen veel kleiner."
"Kleiner nog dan deze kamer? Het moet toch niet gekker worden, Staats."
"Ja dat ook, maar vooral kleiner dan onze cellen en nu dacht ik zo wij moeten ook kleinere cellen hebben."
"Lumineus, Staats, Lumineus."
"Dat bespaart geld"
"Zo heb ik ooit ergens gelezen in mijn ambtelijke stukken dat een ambtenaar op dit departement bedacht had alle scharnierende deurtjes van de kasten te vervangen door schuivende, dat scheelde per kamer al snel een meter. En als je die meters allemaal optelde dan kon je zo 20 ambtenaren extra huisvesten." Zo vervolgde de staatssecretaris zijn betoog, enthousiast geworden door het positieve commentaar van de minister.
"Lumineus, Staats, Lumineus." zei de minister licht afwezig.
"Maar Staats, wij bouwen toch helemaal geen nieuwe cellen, wij hebben toch een cellenoverschot en verhuren ze toch aan onze zuiderburen.
Maar de Staatssecretaris luisterde al niet meer, als hij snel was kon hij nog scoren in de pers.
Hij wist het ging in deze roerige tijd met al die populisten tenslotte niet om het realiseren van je ideeën, maar slechts om de aandacht die het genereerde.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten