zondag 22 mei 2011

Kattevoer

Ze zaten met z'n drieën op het caviahok.
Het was vroeg de zon stond laag, zo laag dat hun schaduwen een imposante vorm hadden aangenomen op het, schuin naar achter aflopende, met asfalt beplakte, dak van het caviahok. Het waren twee vrouwtjes en één mannetje. De beide vrouwtjes, grijs, hun veren nog wat pluizig, het mannetje gitzwart met een gele snavel.
Ze keken met hun kopjes een beetje schuin, verwachtingsvol in de richting van de deur.
Uit een boom in de buurt klonk het gezang van een merel.
Ze hadden het zo geleerd, ze waren zo groot gebracht.
Geen wormen voor hun, nee alleen maar kwaliteitsvoer.
Elke ochtend had hun moeder het goede voorbeeld gegeven. Eindeloos had ze het voorgedaan, Eerst in de Seringenboom, goed uitkijken of de poezen niet op de tafel zaten of ergens anders te dicht in de buurt, dan naar het caviahok en dan tot slot...

Nu zaten ze te wachten met z'n drieën, geduldig, toch een beetje zenuwachtig huppend op hun nog fragiele pootjes. Het laatste stukje van het traject, het doel waarvoor zij gekomen waren, wat ze eindeloos geoefend hadden, konden ze nog niet afleggen. Er miste nog wat.
De poezen waren nergens te zien.
De deur ging open, ze bleven zitten, ze vlogen niet weg, bang waren ze niet.
Er kwam iemand naar buiten en deed wat in de bakjes die op tafel stonden.
Eindelijk dat waar voor ze gekomen waren:

Kattevoer

Geen opmerkingen:

Een reactie posten