woensdag 28 maart 2012

Een moeilijke periode

De zon scheen buiten, door de voor het raam hangende vitrage schenen de gebroken zonnestralen naar binnen. Op de onlangs in de was gezette parketvloer waren de contouren van  de raamopening vaag zichtbaar.
Het was halverwege de ochtend. Aan de veel te ruime vergadertafel die midden in de sfeerloze ruimte stond zaten 6 mensen. 5 mannen en één vrouw. Alle mannen keurig in het pak, één slechts met een stropdas om, een lichtblauwe. De ene vrouw aan tafel droeg een donker mantelpakje, eerder passend bij een begrafenisondernemer dan één geschikt voor een carrièrevrouw. Boven de tafel hing een kroonluchter de vele glazen kristalletjes bewogen langzaam alsof ze door de wind beroerd werden. Maar als je goed luisterde kon je in de verte het motortje horen dat voor het zacht bewegen verantwoordelijk was. Een ideetje van de vorige gebruiker van het pand.
De gezichten stonden weinig vrolijk. De vrouw in het mantelpakje keek telkens schielijk naar de man met de stropdas, alsof ze verwachtte dat hij elk moment het woord zou nemen. De man hing een beetje schuin in zijn stoel en zat slechts met zijn pen te spelen, die hij elke keer rondjes liet draaien tussen zijn vingers, terwijl af en toe op de bovenkant van de pen drukte zodat de vulling afwisselend naar binnen en naar buiten kwam. Hij keek verveeld.

Er werd op de deur geklopt, bijna gelijk ging de deur open. De twee mannen die met de rug naar de deur zaten schrokken zichtbaar van het geluid van de opengaande grote dubbele deur die vanaf de gang toegang gaf tot de vergaderruimte. De man die blijkbaar de vergadering voorzat, want dat was het, moest hard lachen, zijn mond te wijd open, een beetje overdreven. De andere lachten mee, behalve de man met de pen en de steeds onzekerder kijkende vrouw met het mantelpakje. De sfeer leek gespannen ondanks de, of misschien wel dankzij de te gulle lach van de voorzitter, die misplaatst leek alsof hij niet begreep welke houding hij moest aannemen.
De koffiedame, want zij was het die binnen was gekomen, liep rondom de tafel en zette de kopjes gevuld met koffie op tafel. De man met de stropdas en de vrouw kregen thee.
De man met de stropdas stond opeens op en deed één van de tuindeuren open en stapte naar buiten het zonlicht in. De anderen keken elkaar verbijsterd, onzeker wat te doen, aan.
De man die eerst nog zo hard gelachen had stond als eerste op en liep door de openstaande deur achter de andere man naar buiten.

Ze zaten duidelijk in een moeilijke periode.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten