maandag 18 juni 2012

De beperkingen van de vrijheid van denken

Als je zoals ik de tijd heb om over zaken na te denken dan wil het weleens gebeuren dat je gedachten een richting opgaan, waarvan je denkt mag ik dit wel denken, laat staan zeggen, zelfs opschrijven.
Zo heb ik de laatste tijd vaak nagedacht over de grenzen aan de vrijheid.
De vrijheid van kiezen, de vrijheid om slechts voor jezelf het hoogste geluk na te streven, de vrijheid van durfkapitalisten en andere liberalen om de economie in een wurggreep te houden slechts voor eigen gewin.
Maar ook de angst die dit oplevert.
De angst dat er landen gaan omvallen, de angst dat je verworven kapitaal verwatert of erger nog vervliegt of  de angst dat je toch de verkeerde keuze maakt.

Ons handelen wordt begrensd door de angst voor het vrije denken en de vrije keuze.
Politici durven niet te kiezen bang de verkeerde keuzes te maken en daarop afgerekend te worden.
En wij kiezen, en uit onwetendheid en eigenbelang maken we de verkeerde keuzes.
Bang als we zijn, neemt het vertrouwen af. Onze keuzes zijn gebaseerd op de woorden van de populist die de de vrijheid om zelf van alles te mogen roeptoeteren zelfs bij de rechter afdwingt en tegelijkertijd de vrijheid van andere om hetzelfde te doen probeert in te perken. Wij halen onze kennis van het internet dat in vrijheid alle gewenste informatie, zonder enige reflectie of kritische beschouwing beschikbaar stelt, en denken dat wij het gelijk aan onze kant hebben. Wij weten allemaal wie de bondscoach al of niet moet opstellen en of de Grieken de Euro moeten verlaten.

Want wij zijn vrije mensen die zelf ons lot bepalen. wij hebben het lot immers in eigen hand genomen.
Wij kiezen toch onze eigen leiders en als ze niet bevallen sturen we ze toch weg.
Niet beseffende dat we daarmee ook andere de vrijheid geven  tegen het algemeen belang te handelen, voor eigen gewin en of ze nu Murdoch, Wilders of  Buffett heten wij worden er niet beter van.

De oude Grieken hadden het nog niet zo slecht bekeken de vrijheid van het mogen kiezen alleen voor hen die volgens afkomst, status en sexe geacht werden samenhangend te kunnen denken. Niet de stem van het volk, niet het gevoel van uit de onderbuik slechts hen die geacht worden in vrijheid een afgewogen oordeel te kunnen vellen.

Maar ja, wie kiest hen, wie bepaalt dat?
Wie kan zonder beperking in vrijheid denken?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten